Translation of "abasement" into Dutch

vernedering, kleinering, verootmoediging are the top translations of "abasement" into Dutch.

abasement noun grammar

The act of abasing, humbling, or bringing low; the state of being abased or humbled; humiliation. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • vernedering

    noun

    the act of abasing [..]

    What do you want with me in this, the hour of my abasement?

    Wat wil je van mij, in dit uur van mijn vernedering?

  • kleinering

    masculine

    the act of abasing

  • verootmoediging

  • Less frequent translations

    • zelfvernedering
    • verlaging
    • verachting
    • besnoeiing
    • debâcle
    • degeneratie
    • degradatie
    • ondergang
    • ontaarding
    • rampspoed
    • tegenspoed
    • verflauwing
    • verwording
    • verzakking
    • achteruitgang
    • verval
    • daling
    • vermindering
    • val
    • krenking
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "abasement" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "abasement" with translations into Dutch

  • afbreken · afdraaien · afgeven op · afhakken · afhouwen · afkammen · afkappen · aflaten · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · de moed ontnemen · degraderen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · een streep trekken · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · herleiden · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · kalmeren · kappen · kleineren · kleinmaken · laten zakken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerlaten · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · putten uit · reduceren · rooien · ruïneren · slachten · slopen · strijken · te gronde richten · ten val brengen · terneerdrukken · trekken · uitgraven · uitputten · vellen · verachten · verderven · vereenvoudigen · verlagen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzwakken · winnen · wippen · zegevieren · zetten
  • door abasie · met abasie
  • gekleineerd · verlaagd · vernederd
  • hoekwijze schildvoet
  • zich vernederen
  • verlagen · vernederen
  • afbreken · afdraaien · afgeven op · afhakken · afhouwen · afkammen · afkappen · aflaten · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · de moed ontnemen · degraderen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · een streep trekken · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · herleiden · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · kalmeren · kappen · kleineren · kleinmaken · laten zakken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerlaten · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · putten uit · reduceren · rooien · ruïneren · slachten · slopen · strijken · te gronde richten · ten val brengen · terneerdrukken · trekken · uitgraven · uitputten · vellen · verachten · verderven · vereenvoudigen · verlagen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzwakken · winnen · wippen · zegevieren · zetten
Add

Translations of "abasement" into Dutch in sentences, translation memory