Translation of "append" into Dutch
toevoegen, bijvoegen, aanhechten are the top translations of "append" into Dutch.
append
verb
noun
grammar
(transitive) To hang or attach to, as by a string, so that the thing is suspended; as, a seal appended to a record; the inscription was appended to the column. [..]
-
toevoegen
verbto add as an accessory [..]
The result of the projects could be appended.
Aan een dergelijke verantwoording zou ook het resultaat van het project kunnen worden toegevoegd.
-
bijvoegen
verbto add as an accessory [..]
Belgium specifies certain transposal provisions but did not append them.
België preciseert enkele omzettingsbepalingen, maar heeft deze niet bijgevoegd.
-
aanhechten
to hang or attach to, as by a string [..]
-
Less frequent translations
- hechten
- bevestigen
- vastmaken
- bijdoen
- bijmengen
- toegeven
- verbinden
- aanzetten
- voordoen
- aanbrengen
- plaatsen
- toepassen
- gebruiken
- opleggen
- verenigen
- instellen
- aanbouwen
- aaneenvoegen
- bijeenbinden
- ineenzetten
- aaneenschakelen
- samenbinden
- bijeenvoegen
- verstellen
- afstellen
- samenbrengen
- samenstellen
- bijeenbrengen
- doorvoeren
- aanwenden
- aandoen
- opbrengen
- aantrekken
- benutten
- steken
- stoppen
- leggen
- zetten
- stellen
- doen
- eraan toevoegen
- in toepassing brengen
- passend maken
- annexeren
- inlijven
- aanhangen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "append" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "append" with translations into Dutch
-
toevoegen
-
appendicitis · blindedarmontsteking
-
toevoegquery
-
hecht
-
appendicitis · blindedarmontsteking
Add example
Add