Translation of "cancelled" into Dutch
afgelast, geschrapt, opgezegd are the top translations of "cancelled" into Dutch.
cancelled
adjective
verb
grammar
Simple past tense and past participle of cancel. [..]
-
afgelast
adjectiveHe cancelled the meeting at the last minute.
Op het laatste moment heeft hij de vergadering afgelast.
-
geschrapt
participleResults in violation of the procedures should be cancelled.
Als dat het geval is, moeten de resultaten worden geschrapt.
-
opgezegd
participleEqually, the guarantor may cancel his undertaking at any time.
De borg kan zijn verbintenis te allen tijde opzeggen.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "cancelled" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "cancelled" with translations into Dutch
-
afbestellen
-
afgelast · geannuleerd
-
afbestellen · afgelasten · annuleren · ontbinden · opzeggen · tenietdoen
-
opheffen
-
geluidsonderdrukking
-
absolveren · afbestellen · afbetalen · afgelasten · afkorten · afmelden · afschaffen · afwikkelen · afzeggen · annuleren · blokkeren · breken · de absolutie geven · doorhalen · doorstrepen · een streep halen door · elimineren · hernemen · herroepen · intrekken · intrekking · kwijtschelden · liquideren · ongedaan maken · ontbinden · ontlokken · opdoeken · opheffen · opzeggen · schrappen · schrapping · solveren · storneren · tappen · te niet doen · te voorschijn trekken · tenietdoen · terughalen · terughebben · terugkrijgen · terugnemen · terugtrekken · uithalen · uitmaken · uitroeien · verdelgen · vereffenen · vernietigen · verrekenen · verwijderen · vrijspreken · wegdoen
-
Annuleren
-
Spongieus been
Add example
Add