Translation of "fail" into Dutch
falen, mislukken, zakken are the top translations of "fail" into Dutch.
fail
adjective
verb
noun
grammar
a failure, especially of a financial transaction [..]
-
falen
verbnot achieve a goal [..]
Having failed several times, he tried to do it again.
Na verschillende keren gefaald te hebben, probeerde hij het nog eens.
-
mislukken
verbbe unsuccessful [..]
All of our attempts failed.
Al onze pogingen zijn mislukt.
-
zakken
verbI failed the driving test.
Ik ben gezakt voor mijn rijexamen.
-
Less frequent translations
- buizen
- mankeren
- negeren
- floppen
- in het water vallen
- nalaten
- laten
- misgaan
- stranden
- verzaken
- teleurstellen
- verwaarlozen
- sjezen
- uitsterven
- afsterven
- wegsterven
- achterstellen
- stralen
- achteloos voorbijgaan aan
- geen aandacht schenken aan
- niet doen
- schipbreuk leiden
- ontbreken
- mislopen
- minachten
- verachten
- versmaden
- een hekel hebben aan
- in de steek laten
- inbreuk maken op
- onvoldoende
- failleren
- onderuitgaan
- feilen
- verongelukken
- in gebreke blijven
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "fail" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "fail" with translations into Dutch
-
fouttolerant
-
Fouttolerant
-
Senses Fail
-
bepaald · beslist · per se · stellig · strikt · volstrekt · vooral · zeker · zonder mankeren
-
gezakt · mislukt
-
afweten · falen · floppen · in het water vallen · laten · misgaan · mislukken · nalaten · niet doen · schipbreuk leiden · sjezen · stranden · uitsterven · zakken
-
kappa-casein-deficient mice fail to lactate
-
fail fast-uitzondering
Add example
Add