Translation of "imposed" into Dutch
opgelegd, opgelegde are the top translations of "imposed" into Dutch.
imposed
adjective
verb
Simple past tense and past participle of impose. [..]
-
opgelegd
participleFor that purpose it may decide to increase generally the fines imposed on the undertakings.
Daartoe kan zij besluiten het bedrag van de aan de ondernemingen opgelegde geldboeten in het algemeen te verhogen.
-
opgelegde
adjectiveFor that purpose it may decide to increase generally the fines imposed on the undertakings.
Daartoe kan zij besluiten het bedrag van de aan de ondernemingen opgelegde geldboeten in het algemeen te verhogen.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "imposed" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "imposed" with translations into Dutch
-
aanbrengen · aandoen · aanslaan · aantrekken · belasten · belasting heffen op · dwingen · forceren · noodzaken · opbrengen · opdringen · opleggen · veraccijnzen · verplichten · zich opdringen
-
aanbrengen · aandoen · aanslaan · aantrekken · belasten · belasting heffen op · doordrukken · dwingen · forceren · heffen · imponeren · noodzaken · opbrengen · opdringen · opleggen · opmaken · veraccijnzen · verplichten · zich opdringen
-
forceren · opdringen · opleggen
-
aanmerkelijk · aanzienlijk · geruim · imponerend · imposant · indrukwekkend · kloek · majestueus · plechtstatig · statig · verheven
-
voorgeschreven prijs
-
imponeren
-
forceren · opdringen · opleggen
-
aanmerkelijk · aanzienlijk · geruim · imponerend · imposant · indrukwekkend · kloek · majestueus · plechtstatig · statig · verheven
Add example
Add