Translation of "affectation" into Dutch

aanstellerij, onnatuurlijkheid, gemaaktheid are the top translations of "affectation" into Dutch.

affectation noun grammar

An attempt to assume or exhibit what is not natural or real; false display; artificial show. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • aanstellerij

    My whole life has been an affectation.

    Mijn heel leven is een aanstellerij.

  • onnatuurlijkheid

  • gemaaktheid

    It lacks all the elements of the “preachy” delivery and is free from all affectation.

    Het mist alle elementen van de „prekerige” voordracht en is vrij van alle gemaaktheid.

  • Less frequent translations

    • maniertje
    • affectatie
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "affectation" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "affectation" with translations into Dutch

  • aanbelangen · aandoen · aangaan · aangrijpen · aanmaken · aantasten · affect · affecteren · ageren · agiteren · bedrijven · betreffen · bewegen · bezig zijn · beïnvloeden · doen · effect sorteren · emotioneren · fingeren · handelen · invloed hebben op · inwerken · maken · omzetten · ontroeren · opereren · ophitsen · opruien · opstoken · optreden · opwinden · overbrengen · overplaatsen · raken · roeren · schudden · te werk gaan · treffen · uitbrengen · uitrichten · uitvoeren · uitwerken · uitwerking hebben · veinzen · verleggen · verplaatsen · verroeren · voorwenden · werken · werken op · z. aanstellen · zich aanstellen
  • aandoenlijk · aangrijpend · emotioneel · ontroeren · ontroerend · rakend · roerend · treffend
  • aandoening · aanhankelijkheid · affect · affectie · emotie · gemoedsbeweging · genegenheid · goodwill · liefde · richting · stemming · strekking · stroming · tendens · tendentie · toegenegenheid · trend
  • behept met · lijdend aan
Add

Translations of "affectation" into Dutch in sentences, translation memory